Goede ondernemers nemen gecalculeerde risico’s. Ze brengen de gevaren in kaart en trekken vervolgens vrolijk de wereld in. Waar ze tegenslag ervaren hebben ze meestal al een oplossing klaar liggen en waar geen oplossing ligt zijn ze flexibel genoeg om het probleem op te lossen. Tegenover elke zwakte staat een kracht, tegen elke bedreiging een kans. Behalve op dat ene terrein: financiering. Daarvoor heeft een ondernemer vaak een monogame relatie met een bankier en dat blijkt even vaak niet duurzaam.

Het lijkt liefde op het eerste gezicht: Ondernemers zijn bereid om alle risico’s te lopen zolang de bank maar zonder al te veel lastige vragen financiert. Tot een paar jaar terug kon je met een jaarverslagje en bij voorkeur wat overwaarde op het onroerend goed fluitend geld ophalen bij banken. Dat dat tegen rentepercentages tussen acht en tien procent ging en dat er allerlei persoonlijke borgstellingen moesten worden afgegeven leek voor de ondernemer van ondergeschikt belang.

Een relatie met een bankier gaat vaak over de voor-, maar zelden over de tegenspoed. Nu de economie een paar jaar stevig heeft gehaperd zien we het gevolg van zoveel roekeloos (uit)lenen: Het huwelijk met de bank staat onder druk, de ondernemer is het kind van de rekening en dat terwijl het niet nodig is om voor uw financiering één partner te hebben.

Het is zelfs aan te raden om bij (her)financiering van de onderneming te kijken naar de mogelijkheid om met privaat kapitaal te werken. Ondernemers vinden dat nog wel eens lastig, omdat een privateer proactief vraagt om een goed beleid, waar de bank dat gemakshalve achteraf deed. Een privateer vraagt zelden om zekerheden. In ruil daarvoor verwacht hij wel een degelijk plan en een bestuurder die zich ervan bewust is dat het niet alleen zijn eigen vermogen is wat hij in de waagschaal stelt.

Naast de behoefte om op zijn centjes te passen kan een privateer, juist doordat hij kritische vragen stelt, een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van uw bedrijf. Ondernemen is vaak een eenzaam vak en ik zie meer ondernemingen in de problemen komen doordat de bestuurder zijn beleid niet spiegelt met zijn omgeving dan wanneer hij dat wel doet. De vreemde ogen van het ingebrachte vermogen dwingen de ondernemer zijn plannen goed uit te werken en dat levert, door de bank genomen, een betere relatie op.