In deze analyse geef ik een overzicht  van de financiering in de ver­schil­lende le­vensfasen van een bedrijf. Vanuit onze achtergrond als bemiddelaar in private fi­nan­ciering besteden wij daarom aandacht aan de rol van een externe private financier. Bedrijven maken in hun bestaan verschillende fasen door. De werkelijkheid is diffuser dan hier geschetst, maar als model kan ieder bedrijf zich hier in herkennen. We nemen de verschillende stappen door, de specifieke kenmerken, wel­ke financiering daarbij past en waarom.

Startfase | De start van de onderneming is als een geboorte van een kind. Een lange voorberei­dings­­tijd en een start met veel onzekerheden en risico’s. De ondernemer moet bewijzen dat hij klanten vindt voor zijn producten. Tegelijkertijd moet hij zijn bedrijf ‘verkopen’ aan financiers.
De financiering in deze fase bestaat uit eigen geld, minimaal om een jaar levenson­der­houd te financieren, achtergestelde leningen van familie en of vrienden, eventuele over­heidssubsidies en mogelijke durfkapitaal. Het verkrijgen van financiering is in deze fase zeer moeilijk en kost veel tijd en energie. De ondernemer onderschat veelal de finan­cie­ringsbehoefte. De startfase duurt gebruikelijk drie tot vijf jaar, waarna pas duidelijk is of het bedrijf bestaansrecht heeft. De financiering blijft gedurende die periode krap. Een durf­kapitalist biedt de ondernemer meer inzicht in het financiële proces en fungeert ide­a­li­ter als klankbord voor de groei van de onderneming. De startende ondernemer moet echter zijn snelheid van ondernemen temperen om te over­leg­gen met de durfkapitalist. Wat de ondernemer mogelijk verliest aan snelheid, wint hij vele ma­len terug in con­ti­nu­ï­teit van de onderneming.

Adolescentie | Het bedrijf heeft zich bewezen. Het kan bogen op een vast en voldoende groot klan­ten­bestand. Om verder te groeien zijn niet alleen meer klanten (en nieuwe of verbeterde pro­ducten) nodig, maar ook een andere organisatievorm. De ondernemer stelt managers aan maar blijft in deze fase in control. De financiering breidt zich uit met een rekening courant bankkrediet (met debiteuren en voorraden als onder­pand, naast een persoonlijke borgstelling), leasecontracten voor off-balance finan­ciering van auto’s en het machine­park. Crediteurenkrediet vormt een belangrijk onderdeel van de financiering van het werk­kapitaal, maar het zijn korte termijn kredieten. Belangrijk voor ondernemer en be­drijf is, dat dit de fase is dat van durfkapitaal de ondernemer overstapt naar privé inves­teerders voor de lange termijn (> vijf jaar). Deze privé investeerders (normaliter oud-on­dernemers) brengen veel ervaring en overzicht met zich mee. Dat helpt de onder­nemer naar de volgende fase van decentralisatie. Het aansturen van de onderneming gaat nog via het informele kanaal naar de ondernemer, dwars door de organisatie heen. Toch loopt hier de start naar

Volwassenheid | Met als eerste stap verdergaande standaardisatie. Ook bij hoogwaardige dienstverleners als advocatenkantoren is vergaande standaardisatie haalbaar met expertprogramma’s.
De kwaliteit van de organisatie hangt stap voor stap af van de kwaliteit van de mede­wer­kers. Een fase waarin dienstverlening als belangrijk product­ver­betering is ingezet. Deze integratiefase met vergaande autonomie in de organisatie ver­eist groei van de onder­ne­ming. Dit is ook de fase waarbij de onderneming (niet langer alleen de ondernemer) na­denkt over de strategische positie op langere termijn; zelf­stan­dig en autonoom door­groei­­en, allianties aangaan, overnemen en deel uitmaken van een global network. Dit is dan ook de fase waarin private investeerders zich terugtrekken en participa­tiemaat­schap­pijen hun intrede doen. De overige financieringsvormen groeiden met de onderneming mee. Nieuwe vormen komen eigenlijk niet meer voor.

Werkelijkheid | Hiervoor is de ideale wereld geschetst zoals iedereen zich die droomt. In de praktijk ko­men bedrijven, maar ook de ondernemer zelf, met regelmaat in (financieel) zwaar weer te­recht, met existentiële dreiging. De financiering is dan van een heel andere orde. Af­han­kelijk van de fase waarin het bedrijf en de on­der­nemer zich bevinden en de per­soon­lijke en maatschappelijke belangen, zijn ook de oplossingen divers. Dat kan variëren van een faillissement tot een doorstart met schuldsanering (minnelijk of door dwang). In dat laatste geval kan de overheid middels een speciaal krediet van belang zijn. Ook hierin kan de private investeerder of durf­investeerder op basis van eigen ervaring van be­lang zijn. Er bestaat bedrijf noch ondernemer, die niet langs de randen van de (finan­ci­ë­le) af­grond liepen.

Met deze analyse tonen wij aan dat de functie van private investeerder meer is dan die van pure geldverschaffer. Geen filantropie, maar klankbord vanuit weloverwogen eigen belang van de investeerder met een langetermijn visie.