Veel ondernemers die de enig eigenaar zijn van hun eenmanszaak of vennootschap halen hun inkomen uit het resultaat van hun bedrijf. Dat is praktisch, wendbaar en gemakkelijk. Teveel ondernemers die het eigenaarschap delen starten hun samenwerking op dezelfde wijze. Dat is niet goed, want door het inkomen uit het resultaat van de vennootschap en het inkomen uit arbeid niet duidelijk te scheiden ontstaan te vaak problemen.

Twee ondernemers beginnen samen een bedrijf. Ze zijn het met elkaar eens en verdelen het belang in de V.O.F. fifty-fifty. Vanaf jaar drie hebben beiden een acceptabel ondernemersinkomen uit het resultaat van de V.O.F. Dan slaat het noodlot toe: Vennoot 1 wordt aangereden door een dronken automobilist en is voor lange tijd uitgeschakeld. Uiteraard zet vennoot 2 zich nu extra in voor de zaak en neemt hij de workload van zijn compagnon op zijn schouders. Hij werkt dag en nacht en weet ternauwernood het hoofd boven water te houden.
Na een half jaar revalidatie gaat vennoot 1 voor het eerst weer eens de stad in om eens met zijn vrouw boodschappen te doen. Ze komen de vrouw van zijn vennoot tegen. Die keek al een tijd met stijgende irritatie hoe haar man dag en nacht werkte en hij aan het einde van elke maand trouw de helft van de verdienste aan zijn thuiszittende collega overmaakte, terwijl “meneer” vrolijk in de tuin zit en met zijn vrouw de bloemetjes buiten zet!

De emoties binnen en buiten deze vennootschap lopen vervolgens hoog op. Wat leren we nu uit deze anekdote?

Ten eerste dat het eigendom van een vennootschap en de arbeidsbeloning van elkaar los moeten worden gekoppeld. Ook de directeur/eigenaren van bedrijven hebben recht op een functie met omschrijving en bijbehorende beloning. Van die beloning moeten ze natuurlijk wel hun eigen arbeidsongeschiktheidsverzekering betalen, want als ze (zoals in het voorbeeld) buiten hun eigen schuld niet kunnen werken heeft de vennootschap geld nodig om vervanging in te huren.

Ten tweede leren we dat het verstandig is om aan het begin van een samenwerking goede overeenkomsten met elkaar te sluiten die de risico’s uit het bedrijfsplan zoveel mogelijk in kaart brengen en voorkomen. Dat kan in contracten, maar ook de Algemene vergadering van Aandeelhouders kan veel juiste beslissingen nemen. Als het goed gaat met de vennootschap blijven de meeste contracten netjes in de kluis liggen. Als zich onverwachte (in- of externe) factoren voordoen treden deze overeenkomsten in werking en voorkomen ze dat u drastische maatregelen moet nemen om uw relatie te beëindigen.