Koning Willem-Alexander maakte een slechte indruk tijdens het voorlezen van de troonrede; zijn stem was te hoog, die kwam te weinig uit de buik. Doorgaans geldt dat hoe lager de stem, hoe betrouwbaarder de boodschap overkomt. WA is toch een redelijk opgeleide MKB’er met een gegarandeerde omzet voor komend jaar van € 5.200.000, exclusief btw (uiteraard) en inclusief salaris. En dan krijgt Maxima er ook nog een leuke grijpstuiver bij als kleedgeld. Het inkomen is gegarandeerd, de positie staat niet ter discussie. Waarom dan toch die zichtbare onzekerheid?

Ik kan slechts één reden bedenken: WA staat onder voortdurende controle van de minister-president. Hoewel een stoere vorst is de koning bij het voorlezen van de troonrede de handpop van het kabinet. Beatrix had een meer gelijkwaardige verhouding met haar premiers. Gelijkwaardigheid en wederzijds respect zijn belangrijk om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Dat heeft WA nog niet bereikt. De toegevoegde waarde van WA is die van promotiemedewerker voor de B.V. Nederland. Dus als WA door de Ridderzaal loopt en weet dat niet de inhoud van de troonrede belangrijk is, maar zijn voordracht en hoe waarachtig die overkomt, dan voelt hij de ogen van de mp in zijn rug.

Hoe ongemakkelijk. En hoe ongemakkelijk dat is voor een geschoolde en getrainde kracht als WA, hoe onge-makkelijk moeten die ogen, dan wel niet zijn voor in de praktijk geschoolde MKB’ers die hun groeiplannen willen financieren. Voorheen was dat redelijk makkelijk. Je diende bij je bank je aanvraag in en overlegde met je vertrouwde accountmanager of zijn directeur. Na toekenning van een krediet, en verpanding van je laatste stukje bezit, hoefde je alleen maar jaarlijks je jaarrapport in te dienen. Je accountmanager zag je op de netwerkborrels en alles liep voorspoedig. Dat is tegenwoordig wel anders.

Nu vraagt de bank externe financiering en dat betekent doorgaans een private investor. Dat wil zeggen: iemand die over je schouder meekijkt. Daarom moeten wij ons als doorsnee MKB’er eerst afvragen waar onze echte kwaliteiten liggen en dan pas hoeveel geld we nodig hebben. Ten slotte bouwden we uit het niets een bedrijf op (of breidden we het bedrijf van onze ouders uit). De klanten komen graag naar ons toe. Het wel belangrijk deze kwaliteiten bij onszelf te herkennen en goed te om-schrijven. En dat gaat verder dan flexibiliteit, klantvriendelijkheid, betrouwbaarheid en goede kwaliteit. Dat zijn noodzakelijke kwaliteiten, maar onvoldoende onderscheidend en duurzaam.

Onze kernkwaliteiten liggen dieper en het kan geen kwaad daar eens met goede vrienden openhartig over te praten. Gegarandeerd dat dan ook de zwakkere kanten van ons ondernemerschap op tafel komen. En dan wordt het ineens interessant om met derden te praten, niet alleen over de investering en toekomst van het bedrijf, maar vooral over de kwaliteiten die een private investeerder meer kan bieden.

Kost het zoeken naar zo’n partij veel tijd? Dat valt doorgaans wel mee maar voor een goede match moet je wel even de tijd nemen of je laten begeleiden. Met deze voorbereiding als basis, verdwijnt het vermeende ongemakkelijke gevoel van dwingende vreemde ogen en breekt de situatie van wederzijds respect en gelijkwaardigheid aan, met versterking van het bedrijf als gevolg. En als doorsnee MKB’er hebben wij een groot voordeel ten opzichte van WA: wij kunnen onze private investor zelf uitzoeken, WA moet maar afwachten wie de kiezer hem stuurt.